‘Samen een vak beoefenen’. In gesprek met Remieg Aerts, bouwpastoor van de OPG

Op 28 juni a.s. spreekt Remieg Aerts zijn afscheidsrede bij de Universiteit van Amsterdam uit. Een mooie aanleiding voor een gesprek over ons vakgebied én de Onderzoekschool Politieke Geschiedenis (OPG).

 

Over Remieg Aerts
Na een beginperiode als universitair docent in Groningen werd hij hoogleraar Politieke Geschiedenis na 1500 aan de Radboud Universiteit Nijmegen (2003) en vervolgens hoogleraar Nederlandse geschiedenis bij de Universiteit van Amsterdam (2017). In 2011 werd hij gekozen tot KNAW-lid. Veel bekendheid verwierf hij met zijn prijswinnende biografie over Thorbecke. Bovendien stond hij, samen met Ida Nijenhuis, aan de wieg van de OPG. Hij was de eerste wetenschappelijk directeur en maakte sinds de oprichting deel uit van het Algemeen Bestuur van de OPG.

Vier nieuwe hoogleraren politieke geschiedenis
De OPG is relatief recent tot stand gekomen, in 2011, nadat eerder onderzoekscholen als Huizinga en Posthumus hun betekenis voor hun vakgebied hadden laten zien. Remieg Aerts: ‘Rond 2003 waren ongeveer tegelijkertijd met mij drie andere hoogleraren politieke geschiedenis benoemd: Ido de Haan (Universiteit Utrecht), James Kennedy (Universiteit van Amsterdam) en Henk te Velde (Universiteit Leiden). Wij wilden graag na het succesvolle NWO-programma over de natiestaat een nieuw groot onderzoeksprogramma opzetten. Dit resulteerde in het ‘Omstreden Democratie’ project (2007-2012). Ook hadden we behoefte aan een opleidingsinstituut voor promovendi. Het eerder ter ziele gegane netwerk voor politiek historici PONTEG wilden we nieuw leven inblazen.

In 2010 bleek het nieuw beleid van de decanen van de faculteiten geesteswetenschappen om alle promovendi in een landelijke onderzoekschool onder te brengen. Van die gelegenheid hebben wij gebruik gemaakt, al moet ik er eerlijk bij zeggen dat wij een minder geformaliseerde opzet voor ogen hadden dan de decanen.’ De erkenning als onderzoekschool zorgde voor budget voor een coördinator waardoor het werk geprofessionaliseerd kon worden. Het Huygens Instituut van de KNAW zorgde vervolgens voor onderdak voor het bureau van de OPG.

Ontwikkeling tot een professioneel netwerk
Terugkijkend op de afgelopen periode ziet hij verschillende fasen in de ontwikkeling van de OPG. ‘Na de oprichtingsfase volgde Henk te Velde mij op als wetenschappelijk directeur. Hij had grote aandacht voor de internationale samenwerking. In zijn periode is de Association for Political History (2014) opgericht. De bijeenkomst in Lucca, waar vertegenwoordigers van diverse Europese universiteiten bij elkaar kwamen om te kijken of we het onderwijs voor promovendi konden internationaliseren was wat mij betreft een eerste hoogtepunt in het werk voor de OPG. We zagen daar in Italië de potentie van ons netwerk. We kunnen promovendi zoveel meegeven en dat gebeurt inmiddels ook in jaarlijkse internationale conferenties. Ido de Haan heeft vervolgens tijdens zijn wetenschappelijk directeurschap veel aandacht besteed aan de organisatie en de professionalisering van het onderwijsprogramma.’ Terugkijkend op het afgelopen decennium ziet de hoogleraar een uitbreiding van het onderwijs waardoor niet alleen promovendi, maar ook de RMA studenten onderwijs volgen bij de OPG. Ook ziet hij een verdere verbreding van de betrokkenheid bij de onderzoekschool: ‘De OPG wordt nu veel duidelijker herkend als professioneel netwerk en dat is grote winst’.

Maar er zijn ook kanttekeningen te plaatsen. Remieg Aerts: ‘Naast professionalisering is er ook sprake van bureaucratisering van het onderwijs en dat brengt administratieve regeldruk met zich mee. De OPG is sterk afhankelijk van de goodwill van docenten voor het onderwijs. Gelet op de enorme werkdruk in de academische wereld – er wordt echt geparasiteerd op het engagement van docenten – is dit nogal wat.’ Voor de toekomst adviseert hij de OPG om de samenwerking te intensiveren met andere Nederlandse instellingen en met de Belgische universiteiten. Ook de band met vroegmoderne politieke geschiedenis, Europese studies en internationale organisaties kan worden versterkt.

Van politieke geschiedenis naar de geschiedenis van het politieke
Niet ontevreden constateert hij dat dat vakgebied de afgelopen twintig jaar verbreed en verrijkt is. ‘Toen ik begon was politieke geschiedenis toch wel traditioneel met vooral wat militaire geschiedenis, parlementaire geschiedenis en diplomatieke geschiedenis. De afgelopen jaren is veel beter nagedacht over de inhoud en betekenis van ‘het politieke’ en dat zorgt voor een verbreding van het denken over de geschiedenis van politiek en het politieke. De spatial turn bijvoorbeeld, met aandacht voor de ruimtelijke dimensie, heeft de architectuur van de politieke ruimte letterlijk zichtbaar gemaakt. Ook de cultural turn en het postmodernisme, met zijn aandacht voor narratieve aspecten, hebben de kwaliteit van het vakgebied verrijkt. De erkenning van de waarde van verbeelding en literaire kwaliteit, zelfs in het schrijven over de jodenvernietiging, is mede te danken aan de invloed van het postmodernisme. Het aardige is dat die hierboven geschetste ontwikkelingen op hun beurt de militaire, parlementaire en diplomatieke geschiedenis hebben vernieuwd.’

Maar ook hier is een kanttekening op zijn plaats. Waar de nieuwe hoogleraren de waarde zagen van een coherent en doordracht onderzoeksprogramma, constateert Aerts dat er nu soms wat weinig verbanden lijken te zijn tussen de uiteenlopende (promotie)onderzoeken. ‘Ik vergelijk ons vak wel eens met een Polynesisch archipel. Meer cohesie zou soms wenselijk zijn.’

De opkomst van applied history juicht hij toe. En zonder afbreuk te willen doen aan de waarde van fundamenteel onderzoek, constateert hij dat de relatie tussen onderzoek en samenleving soms ver te zoeken is. Hij benadrukt dat dat zeker niet voor iedereen en elk onderzoek geldt. Maar je zou toch moeten kunnen vertellen aan een breder publiek waarom je je met een bepaald onderwerp bezighoudt, zonder dat je nu meteen de Nationale Wetenschapsagenda hoeft te volgen. Je moet als historici een levende band hebben met de samenleving.’

Meer samenwerking tussen collega’s en meer samenhang in het onderzoek. Kortom, ‘samen een vak beoefenen’, dat geeft de bouwpastoor van de OPG ons graag mee.

Margit van der Steen

Foto: Dirk Gillissen
6 juni 2023

Meer over Remieg Aerts? Luister de Podcast op Historici.nl.