Interview met Margit van der Steen over ‘Ware wonderdieren’

Margit van der Steen, voormalig managing director van de OPG, legde vorig jaar haar functie neer omdat zij de kans kreeg full time te werken aan de afronding van haar boek. Op 5 maart werd Ware wonderdieren. De eerste vrouwen in de Nederlandse politiek (1917-1928) feestelijk gepresenteerd in Theater Branoul in Den Haag. Naar aanleiding hiervan hield OPG-coördinator een kort interview met de auteur.

Allereerst natuurlijk van harte gefeliciteerd met de verschijning van ‘Ware wonderdieren’. Terecht krijgt je boek een heleboel aandacht, onlangs nog onder meer interviews in de Volkskrant en in Trouw . Daar lezen we in dat, verassend genoeg, de namen van de eerste 250 gekozen vrouwen nu pas voor het eerst in kaart zijn gebracht en dat dit jou in eerste instantie ook verraste.

Hoe ben je tot dit onderwerp gekomen?
Vrouwen die optreden in het publieke domein, interesseren me al sinds mijn studietijd. Dit keer was een verzoek van toenmalig OPG-bestuurslid George Harinck het startpunt van mijn onderzoek naar de eerste vrouwen in de politiek. Hij vroeg me een lezing te verzorgen in de Eerste Kamer over de effecten van de Pacificatie voor vrouwen. Op dat moment was ik als voorzitter van de landelijke Vereniging voor Gendergeschiedenis betrokken bij de herdenking van 100 jaar kiesrecht. In 1917 kregen mannen algemeen kiesrecht en vrouwen alleen het recht om verkozen te worden – door mannen uiteraard. Dat leidde ertoe dat Suze Groeneweg en Carry Pothuis-Smit in de Tweede en Eerste Kamer kwamen. Maar in 2017 wilde ik niet het verhaal herkauwen over deze twee pioniers. Nadenkend over de effecten van het passieve vrouwenkiesrecht, realiseerde ik me dat er in 1919 ook vrouwen in gemeenteraden moesten zijn gekozen. Maar wie waren dat eigenlijk? Dat bleek vrijwel niemand zich ooit eerder afgevraagd te hebben. Daar wilde ik verandering in brengen.

De vraag naar de effecten van de Pacificatie was eens te meer interessant omdat de verovering van het vrouwenkiesrecht als het hoogtepunt van de zogenaamde eerste feministische golf geldt. Die begrippen, de eerste en tweede feministische golf, zijn in het algemeen spraakgebruik en de (oudere) historiografie nog vaak gangbaar. Die beelden impliceren dat zich tussen de golven een dal moet bevinden. Toegepast op de vrouwenbeweging veronderstelt het dat na 1917 de neergang van de strijd voor vrouwenrechten zou zijn begonnen. Precies op het moment dat zij van hun nieuwe verworvenheden zouden moeten kunnen profiteren! Deze paradoxale situatie wilde ik verder bestuderen door te kijken naar datgene wat de eerste vrouwelijke volksvertegenwoordigers voor elkaar kregen.  De bestaande beeldvorming is aan herziening toe en dat wilde ik onderzoeken door niet alleen naar landelijke kopstukken te kijken, maar ook naar de eerste vrouwen in het lokale bestuur.  Dat was eens te meer vernieuwend omdat politiek historici vooral oog hadden voor landelijke ontwikkelingen.

Hoe heb je het onderzoek aangepakt?
Een van de redenen waarom er vrijwel nooit eerder aandacht was voor de eerste vrouwelijke gemeenteraadsleden, was het feit dat de uitslagen van de lokale verkiezingen indertijd nog niet centraal werden bijgehouden. Ik kwam erachter dat de talloze regionale en landelijke kranten die uitslagen wel publiceerden.  Aangezien Nederland toen ruim 1100 gemeenten telde, leek het in eerste instantie een schier onmogelijke opgave om al die kranten te doorzoeken. Maar dankzij het digitaliseringsproject Delpher van de Koninklijke Bibliotheek, dat toen van start was gegaan, kon ik met steun van student assistent Eline Abbink tientallen kranten doorzoeken op verkiezingsuitslagen. Wanneer er een vrouw in de raad kwam, werd dat in de media opgemerkt.

Nadat eenmaal de namen van de eerste vrouwelijke gemeenteraadsleden bekend waren, kwam ik via aanvullende studie in onder meer regionale historische centra en genealogische sites meer over hen te weten. Deze biografische gegevens kon ik verder analyseren met behulp van inzichten uit de literatuur. Behulpzaam waren eveneens het Biografisch Portaal van Nederland van het KNAW Huygens Instituut, de website Parlement.com en het archief van het   Documentatiecentrum voor Politieke Partijen in Groningen.

Om het beeld aan te vullen, deed ik nog onderzoek naar de eerste vrouwen in de Provinciale Staten en de Eerste en Tweede Kamer. Dit was relatief eenvoudig omdat het om kleine aantallen ging. Bovendien was over sommigen al eerder gepubliceerd. Tenslotte bracht ik de resultaten in beeld van de eerste verkiezingen waarbij vrouwen naar de stembus mochten om zo het overzicht van de vrouwelijke volksvertegenwoordigers in het decennium na de Pacificatie te complementeren.  

Kun je ons iets vertellen over het proces van dit boek?
De resultaten van het onderzoek overtroffen mijn verwachtingen en leverden meerdere wetenschappelijke publicaties op. Maar ook werd duidelijk dat deze materie interessant was voor een breder publiek, eens te meer omdat ik op het spoor was gekomen van de nodige vrouwen met inspirerende levensverhalen. Een boek, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, bleek een goede vorm om mijn ‘ware wonderdieren’ te presenteren. Hierin konden de eerste vrouwelijke volksvertegenwoordigers in hun politieke en maatschappelijke context worden geplaatst. Om het boek voor uiteenlopende lezers aantrekkelijk te maken, koos ik ervoor thematische hoofdstukken af te wisselen met biografische schetsen, beeldmateriaal en facts and figures.

Een Lira subsidie, in combinatie met een fellowship bij Atria. Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis en het gastonderzoekerschap van het KNAW Huygens Instituut stelden mij vervolgens in staat bijna een jaar lang full time aan het schrijven van een boek te besteden. Uitgeverij Boom zorgde vervolgens voor een mooie uitgave van het manuscript. De data die ik voor dit boek heb verzameld, zullen overigens binnen afzienbare tijd beschikbaar worden gemaakt voor anderen. Hierover ben ik in overleg met het KNAW Huygens Instituut.

Zou je een voorbeeld kunnen geven van of, en zo ja hoe, het politieke bedrijf veranderde naarmate er meer vrouwen deel van uit gingen maken?
De entree van vrouwen in de politiek ontzenuwde het breed levende vooroordeel dat vrouwen niet in staat zouden zijn politiek te bedrijven. Zelfs huisvrouwen en moeders, de groep waarvan bij uitstek gedacht werd dat zij ongeschikt waren voor de politiek, bleken het tot volksvertegenwoordiger te brengen. Daarnaast introduceerden zij thema’s die voorheen geen of weinig aandacht kregen van mannelijke politici en verbreedden zo de politieke agenda. Dit betroffen bijvoorbeeld betere voorzieningen rond zwangerschap en bevalling en de zorg voor kinderen. Maar zij maakten eveneens de benoeming van vrouwen tot burgemeester mogelijk en zetten zich in voor het afschaffen van de handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen. Getrouwde vrouwen mochten alleen zaken voor het dagelijks levensonderhoud aanschaffen en hadden juridisch dezelfde status als onmondigen en kinderen. In de rechtbank van Brielle werd zelfs geprocedeerd over de vraag of een gehuwde vrouw een kunstgebit mocht aanschaffen.

Wat was voor jou de mooiste vondst of het mooiste moment in je onderzoek?
Het was verrassend dat meer dan de helft van de eerste vrouwelijke volksvertegenwoordigers getrouwd bleek te zijn, en daarmee formeel handelingsonbekwaam.  Tegelijkertijd beslisten zij in de politiek over zaken die aangelegenheden voor het dagelijks levensonderhoud ver overschreden. In de Tweede Kamer bijvoorbeeld gaf een gehuwde vrouw, de katholieke Sophie Bronsveld-Vitringa, een van de doorslaggevende stemmen om de Vlootwet in 1923 tegen te houden. Dit leidde zelfs tot een kabinetscrisis.  

Niet alleen burgerlijke staat bleek een onderscheidend criterium. De diversiteit naar klasse, religie en politieke kleur was opvallend. Er waren hoogopgeleide ongehuwde vrouwen uit de elite, maar ook ‘gewone arbeidersvrouwen’ die alleen een paar jaar lagere school hadden doorlopen. Opmerkelijk was de invloed van partijkeuze op de kansen om gekozen te worden. Het kiesstelsel veranderde precies op het moment dat vrouwen zich voor het eerst konden kandideren. In het nieuwe stelsel van evenredige vertegenwoordiging werden politieke partijen belangrijker, politiek werd partijpolitiek. Hiervan profiteerden sociaaldemocratische vrouwen maar een aantal vooraanstaande liberale kopstukken uit de vrouwenkiesrechtbeweging visten achter het net.

Wat hoop je dat de lezer meeneemt/ wat is wat jou betreft de belangrijkste boodschap/ conclusie van je boek?
Het belang van het passieve vrouwenkiesrecht is groter dan vaak werd gedacht. Dat wordt eens te meer zichtbaar wanneer het lokale bestuur in ogenschouw wordt genomen.